nixel nixel nixel
Reisverslag Rosetta Reizen, november 2008

De mensen op het kantoor van Rosetta vroegen mij (Françoise, reisleidster) om een reisverslag te maken. Dit was helaas een klus die ik niet alleen kon doen: ik ben Française en ook al woon ik al 32 jaar in Nederland, Nederlands schrijven blijft voor mij een opgave. Vandaar een compromis. Hier kunt u de belevenissen van de reizigers lezen en in cursief mijn dagboekaantekeningen. Het is dus een kort verhaal per plek waar ik de grote lijnen van het programma aangeef en wat gebeurt op het gebied van logistiek. En waaraan ik moet denken. Perry, Laura, Martijn, Eric en Han, hartelijk bedankt voor jullie medewerking! Inmiddels heb ik mij 30 groepsreis naar Mali sinds 2000 er op zitten! Voor een culturele antropologe is Mali fascinerend en ik heb er aan verschillende projecten gewerkt. Mali laat je niet los. Ik verheug mij elke keer dat ik met een groep mee mag.



Bamako - Françoise
Eerste verrassing: RAM heeft geen vertraging! Ik sta met de agent om 2.30u als het vliegtuig landt aan. De reizigers verschijnen herkenbaar aan de Rosetta label en de bagage: geen vliegtuigkoffers, geen extreem grote tassen. Later zullen zij horen en snappen waarom een kleine tas in Mali veel handiger is.. Onderweg laat ik de hoge gebouwen van Bamako zien: Toren van de Afrikaanse bank, Hotel de l'Amitié vroeger cadeau van de Russen in de jaar zeventig en nu 2 nieuwe hotels door Lybie gerund. Na 30 minuten komen wij in de wijk Hippodrome aan waar het uitgaansleven nog steeds in volle gang is. Ik moet even de rond hangende jongens wegjagen. De gardien (nachtbewakker) van het hotel doet zijn best om de bagage van het busdak uit te laden en de kamers te regelen zodat iedereen in zijn kamer kan zijn om 4u. Ik spreek af met de groep voor morgen: 10.30 ontbijt, dan geldwisselaar en inleiding. Als de toeristen naar de stad gaan, kan ik de proviand kopen voor de boottocht (pinasse) en de Dogontocht bij de supermarkt. In Bamako is er nog keus bij de Libanese supermarkt!

Bamako - Perry
Mali: het op drie na armste land van de wereld, zo groot als Frankrijk, Spanje en Groot-Brittannië bij elkaar en toch niet meer inwoners dan in Nederland. In het noorden de woestijn en in het zuiden de savanne.
Bamako, de hoofdstad van Mali met meer dan 1,5 miljoen inwoners. Het is zondag 16 november 2008 en ons reisgezelschap van 8 personen krijgt de eerste briefing van Françoise, onze toerleidster. Vannacht zijn we in Bamako aangekomen en na te hebben uitgeslapen zitten we nu in de tropische tuin van hotel Tamana. Françoise vertelt ons over de valuta, de lokale gewoontes, de taxitarieven, de armoede en doet ons ideeën aan de hand voor leuke excursies. Veel hebben we al gelezen in onze reisgidsen. Dan gaan we op pad. De informatie van Françoise klopt; de taxi's kosten inderdaad 2.000 CFA per rit. We bezoeken eerst het Nationaal Museum, een goede start voor een eerste indruk van dit bijzondere land. We zien de mooiste beelden, maskers en kleden. We lezen over de verschillende volkeren in Mali.
Daarna gaan we naar het centrale plein, waar de Grande Mosque staat en waar de markt is. Wat een indrukken! Al die mensen, die in de mooiste kleuren door elkaar krioelen. Fleurig geklede vrouwen met kalebassen en potten op hun hoofd en baby's op hun rug. Exotisch ogende handelswaar op matjes op de grond. We komen ogen te kort. En we maken veel foto's.

Dan hoor ik een schreeuw in de richting van ons groepje. De ervaren reiziger weet dan: negeren en wegwezen. Maar die vlieger gaat hier niet op. Al snel komt een geüniformeerde politieman onze kant op. Ons groepje is uit elkaar gegaan. Mijn vriendin wordt aangesproken op haar fotograferen. De politieman wil haar foto's zien. Maar zij fotografeert niet digitaal en kan haar foto's niet tonen. Ik kan dat gelukkig wel. Blijmoedig laat ik zien dat de foto's volstrekt onschuldig zijn; niet meer dan groepen mensen en overzichten van de markt. In de reisgids had ik gelezen dat officiële gebouwen niet mogen worden gefotografeerd. Mij wordt verweten dat ik mensen heb gefotografeerd. Dat is verboden. Maar gelukkig had ik gelezen in mijn reisgids dat een dergelijk verbod ooit wel heeft bestaan, maar bij wet is afgeschaft. Dus ik zeg dat in gebrekkig Frans. En dat is niet naar de zin. E wordt mij voorgehouden dat ik een forse 'boete' moet betalen. Wijselijk betaal ik: 18.000 CFA, ongeveer een half maandsalaris van een politieagent schat ik. Voor de vorm moet ik dan nog één foto verwijderen. En ik kan gaan.

Ik ga, boos dat ik in deze truc ben getrapt. En verontwaardigd dat ik hier niet uit kon komen. In de reisgids wordt hier nog zó voor gewaarschuwd. Nu weet ik dat niet alleen de informatie van Françoise klopt, maar ook die van de Dominicus.

Om 18u komen wij bij elkaar in een Malinese restaurant:mooi entourage met traditionele voorwerpen en hedendaagse kunst, welkomdrank van Rosetta in de tuin, galerie met naïeve schilderijen van illegale migrante die hun reis mislukte, livemuziek : cora. Eerste 'brochette de capitaine' met aloco (gebakken banaan) .Geen alcohol, wel lokale fruitsappen. Tropische tempo: niet te laat naar bed, morgen vroeg op naar Djenne.



Djenné - Françoise
De bagage op het dak van de bus laden gaat soms traag. Wat hebben wij toch zware tassen! De chauffeur maakt ze vast met een touw. Hij is net klaar als de groep klaar is met het ontbijt. Dit wordt de langste reisdag met koffie/drank stop onderweg en een lunch in San. Mooi: om 11.15 zijn wij bij de pont. In de verte even aanwijzen het ex-huis van Ton van der Lee (auteur van Zandkasteel o.a.). Het zou nu een culturele centrum komen ... Doen: Voor het avondeten rondleiding afspreken voor morgen met gids: focus op geschiedenis en architectuur, 'pas de commerce', inventariseren wie naar peuldorp wil gaan in de namiddag op een paardenkar, vragen wie is geïnteresseerd in creativiteit van de Bozo vrouwen: recycling schoenen om sieraden van te maken, mee gaan naar de vrouwen coöperatie met wie een Bogolan deken nodig heeft om te kamperen (slaapzak OK, met een lakenzak kan het koud zijn langs de Bani rond 3u ochtend). Wie geen kleine tas heeft kan een 'turkste tas' op de markt kopen!
Dinsdag ochtend doe ik de boodschappen voor de pinasse met de kokin: groenten, fruit, houtskool, ijs voor de koelbox regelen, drank bestellen...

Djenné - Han en Eric
Na een vroege wake-up call van Francoise vertrekken wij na een Frans ontbijtje vanuit Bamako richting Djenné. De rit gaat al snel de stad uit en het landschap verandert in groen en minder groen: de eerste Baobab-bomen dienen zich aan (altijd goed voor een sanitairestop). Na een lange rit (7 u : 560 km) met een mooi zicht op het voorbijkomende landschap komen we dan in de wat latere middag bij de pont! Heel slim zijn daar ook weer enige tenten neergezet, mensen proberen je wat te verkopen. Sommige van ons zwichten en breiden hun souvenirscollectie uit. De pont komt eraan en binnen enkele minuten is hij gevuld met vrachtwagens en personenauto's. De verkoop gaat ook op de pont door. Het spel van bod en tegenbod, "premier prix" en "deuxième prix", tussendoor even informeren bij Francoise of het wel een goed bedrag is en uiteindelijk de koop afsluiten.

De stad Djenné een door Unesco beschermd gebeuren. We worden, na uitleg in de bus, aan het begin van de stad afgezet, waarbij de bus doorrijdt met onze bagage (heerlijk, die staat dus straks klaar in het hotel). Het eerste dat opvalt is de gezellige en bonte drukte die heerst. Het blijkt marktdag te zijn. Het grote plein en de straatjes er rondom zijn vergeven van mensen die hun koopwaar aanbieden (eten/kleding/kruiden en ga maar door). Met als schitterend decor de moskee van Djenné. Een kennismaking die direct overweldigd! Gedurende de komende uren wordt er door ons dan ook druk rondgesjouwd over de markt, langs de moskee (die helaas ook niet toegankelijk is voor buitenlanders, al lukt het een paar mensen uit de groep wel er door de achteringang binnen te komen, waarbij "pas op voor de iman dat je niet door hem gezien wordt", zorgt voor een snelle rondleiding) en door de achterafstraatjes.

Hierna wordt het "kampement" snel gevonden, net op tijd om vanaf het dak de zonsondergang te zien over de stad en de langsstromende rivier met een brug die de toegang tot de stad vormt. In de avond op het kampement gegeten, waarbij 2 jagers zorgen voor muziek. Vroeg het bedje in, na een lekker Malinese biertje. De volgende dag wederom de stad in en wat een verschil: een totaal (bijna dan) verlaten plein voor de moskee, waarbij nu pas opvalt hoe prachtig dit gebouw is. Deze dag volgt nog een rondleiding, we mogen bij mensen binnen komen en vanaf hun dak een zicht over de stad en op de moskee bewonderen. Verder legt de gids veel uit over de geschiedenis, bewoners en gebruiken van de stad, met al haar bijzondere eigenaardigheden en gewoonten. Interessant dus. Ook de koranles op straat krijgt de aandacht (en ja, een Korantablet is gekocht! het eerste mooie souvenir is binnen).
In de avond is er een toer naar een Peul-dorp op een ossenkar (in dit geval toch 2 paarden). Halverwege begeeft 1 kar het echter, dus met zijn allen op 1 kar verder. In het dorp worden de kolanoten rondgedeeld en de chef bezocht (al vindt hij ons een betere bewoording is). Zijn vrouwbezit nog de "beroemde" gouden sieraden. Na de grote droogte hebben veel Peulvrouwen deze prachtige en zo karakteristieke sieraden moeten verkopen, om zodoende toch in hun levensonderhoud te kunnen voorzien. Deze mevrouw straalt trots als ze, in haar nieuwe gewaad (aldus onze reisleidster), de sieraden toont. Foto s mogen gemaakt worden. En ik moet zeggen: geweldig om dat zo te mogen aanschouwen.

De terugtocht in ossenkar (en de overtocht met de pinasse over de rivier) verloopt vlotjes, vanaf het bootje zien de we zonsondergang, erg mooi gezicht, met als decor de savanne en het Peuldor, dat we bezocht hebben. Terug in het hotel snel wat gegeten en uiteraard een biertje om de indrukken te laten bezinken. Vroeg het bedje in om de volgende dag de tocht met de pinasse naar Mopti aan te kunnen vangen.
Opvallend vooral: de vriendelijke opgewekte mensen, de glimlach op de gezichten, de kinderen die graag op de foto willen (en volop schik hebben als ze op het display zichzelf terug zien). De wassende en badende vrouwen in de rivier, overal vrouwen die de gierst stampen voor het landsgerecht: Tot en nog zo veel meer......



Djenné Vertrek pinassetocht - Françoise
Brood en koelbox niet vergeten voor transfer tot de pinasse. Team voorstellen en logistiek pinasse (bekers ophangen, dranklijst, alleen 6 mensen op het dak tegelijk, doos met cadeautjes voor dorp zonder school en colanoten). Overleggen met de 'capitaine' welke dorpen wij gaan bezoeken, wel of niet en waarom ( afwisseling stam), hout laten kopen in Sofara voor kampvuur, aanleggen voor het donker om tenten op te zetten, kletsen met de kokkin en in de gaten houden dat alles goed gaat, info reizigers: hulp voor borrelhapjes, deet, sokken, truitje, briefing Mopti op de pinasse. Eindelijk meer mogelijkheden om uit eten te gaan in Mopti!

Van Djenné naar Mopti - een tocht met de pinasse - Laura
Na de drukte van Djenné volgt de rust van de rivier. In het zuidwesten van Mali liggen drie grote rivieren, de Niger, de Sénégal en de Bani. Op woensdagochtend vertrekken we naar de oever van de rivier de Bani waar 'onze' pinasse met haar bemanning op ons ligt te wachten. Het zal ons aan niets ontbreken onderweg; er zijn een kapitein, een stuurman, een kokkin en een hulp aan boord. Onze bestemming is Mopti. Naar verwachting zullen we daar de volgende dag voor het middaguur aankomen.
Een pinasse (een 'platbodem') vaart sneller dan je zou verwachten. De boot biedt ruimte aan meer dan twintig personen. Er is zelfs een wc aan boord en wie op het dak van de boot heeft gelegen, kan zich geen beter zonnedek meer voorstellen. Een tocht over de rivier laat weer een heel ander Mali zien; met veel leven op en langs het water zo vlak na het regenseizoen, dat in het zuiden duurt van mei tot oktober. Het waterpeil is nu (het is november) nog hoog.

Onderweg zien we talloze 'pirogues': kleine platte schuiten met vissers, die staand in de boot hun netten uitwerpen, of afgeladen vol met vrouwen, kinderen, geiten en fietsen. Op de oever nederzettingen, soms met prachtige moskeeën, vrouwen die de was doen en enthousiast zwaaiende kinderen. Hier en daar steekt alleen een mannenhoofd boven het water uit; deze mannen snijden riet dat wordt gebruikt als veevoer. Langs het water zijn ook veel bijzondere vogels te zien (vergeet je verrekijker niet).
Onderweg doen we twee dorpen aan. Zodra we voet aan land zetten, worden we omringd door kinderen en door nieuwsgierige volwassenen (en dat zijn er veel in Mali!). In deze kleine dorpen is, beter dan in Bamako of Djenné te zien, hoe de Malinese woont en leeft. Alles is klein en eenvoudig. Mannen en vrouwen gaan gekleed in kleurige gewaden. Kinderen krioelen overal doorheen en vinden die toeristen maar wat interessant (andersom trouwens ook; het is leuk om met de kinderen te zingen of een spelletje te doen; de taal maakt niet uit, ze pikken het snel op en het plezier spat ervan af).

We varen de rest van de middag en slaan tegen zonsondergang onze tenten op. In de verte zijn de lichtjes van Mopti al te zien. Ina verzorgt onze maaltijd. Met z'n allen zitten we rond het kampvuur. Voor de rest absolute donkerte zodat de sterrenhemel goed zichtbaar is. Het is een prachtig gezicht.
Het leuke aan wild kamperen is het ontbreken van alle voorzieningen. Even naar de wc gaan betekent uitkijken dat je niet verdwaalt. Een zaklamp is een must. Nog voor zonsopgang wekt Françoise ons met haar zelfbedachte lied (aanrader!). De tenten worden opgebroken. Ontbijten doen we op de boot. Mopti is niet ver meer. We maken nog één tussenstop, in het dorpje Sareseni, waar we de school bezoeken en theedrinken bij de chef van het dorp. Niet alle kinderen in Mali kunnen naar school. Voor de prijs van een 'grande bière' kan een kind een jaar naar school. Kinderen van ouders die dat niet kunnen betalen, gaan dus niet naar school. Deze kinderen staan op de oever te wachten als de boot aanmeert; de rest zit in de klas. Het is moeilijk voorstelbaar dat er in zo'n kleine gemeenschap zulke grote verschillen kunnen bestaan. Na Sareseni varen we door tot Mopti. De rust van de rivier en van de pinasse laten we achter ons zodra we van boord zijn gegaan. We zijn weer 'in de grote stad'.



Mopti - Françoise
Bestelde broodjes bij Patisserie Hogon ophalen voor 4x4 morgen, afspreken 5.30 ontbijt en 6u vertrek in 4x4. Even kijken wat hangt bij 'Les perles de Venise' en de galerie. Mooi spullen met interessante commentaar van de kunstkenner eigenaar. Zal ik nog een masker kopen? Ik kom 8 ex-leerlingen van de school Sareseni tegen, allemaal nu in de eerste klas op de middelbare school in Mopti (95 leerlingen per klas). Ik ga met hen naar het cybercafe achter Restaurant Sigui: eerste Internetles om website Sareseni te laten zien. Met een paar mensen afspreken om samen te eten bij 'Y a pas de problème'.

Mopti - Martijn
Samen met de zijrivier de Bani vormt de Niger een grote binnendelta waar in het vrijwel vlakke, haast Hollandse, open landschap naast de grote rivieren talloze watertjes liggen. Het vervoermiddel bij uitstek is hier dan ook de pirogue, het ranke scheepje met een voor- en achtersteven die spits uitlopend boven water uitsteken. Ze zijn er in vele maten; het grootste model, de pinasse, kan gemakkelijk tientallen personen met veel bagage vervoeren.

Er is scheepvaart en dus zijn er havens. De grootste havenstad aan de delta is Mopti. Deze stad was onze eindbestemming na twee dagen varen in zo'n pinasse op de Bani. Bij onze aankomst voeren we langs het hele havenfront om tenslotte voorbij het stadscentrum aan de boulevard af te meren recht tegenover ons hotel. Dit is de mooiste manier om een stad te benaderen die aan het water ligt. Het fraaie hotel beschikt over een riant zwembad, maar zwemmen en luieren kun je in Nederland ook en wandelen door Mopti niet. Al spoedig liepen we dan ook langs de rivier over een mooie met bomen omzoomde weg naar de binnenstad. Op de kale strook grond van enige meters breed tussen de weg en de omheiningen van de bebouwing er langs, werden goederen te koop aangeboden. Het betrof vooral etenswaren waaronder vaak vis, vers of ter plaatse geroosterd of gebakken. Al meteen bij het verlaten van het terrein van het hotel werden we weer geconfronteerd met het verschijnsel van de min of meer opdringerige verkopers van allerhande waar. Gelukkig bleek men zelden irritant agressief te zijn, maar zo af en toe werd het gedoe me toch wel wat te veel. Het scheelde al dat ik er aan begon te wennen om iemand die iets tegen me zei volkomen te negeren, wat niet beleefd maar in zo'n geval wel noodzakelijk is.

Op een gegeven moment merkte ik in de drukte dat een jochie van een jaar of veertien me wat uit de route van het verkeer duwde. Hij bleef met ons groepje optrekken, informatie gevend over van alles, bij de aanschaf van enige souvenirs nuttige opmerkingen makend, en alleszins aangenaam gezelschap vormend. Langs de waterkant nam de activiteit toe naarmate we de insteekhaven in het stadscentrum naderden. Hier en daar lagen grote stalen schepen afgemeerd, maar wij hadden meer oog voor de vaak fraai beschilderde traditionele boten die zij-aan-zij in de haven lagen en voor de bezige mensen op de wal. De rondgang om de insteekhaven eindigde bij een terrasje op het havenhoofd waar we een mooi uitzicht hadden over de brede rivier met het onafzienbare vlakke achterland en over de haven. De ons begeleidende jongeman mocht het terras slechts betreden na onze bevestiging dat hij bij ons hoorde. We besloten om 's avonds op dit terras te gaan eten en bestelden daartoe, op advies van de eigenaar, alvast ons eten. Naast het terras is een scheepswerf gevestigd waar houten boten worden gebouwd. Werklieden waren er bezig met het smeden van die mooie echte spijkers, vierkant, spits toelopend.

Terugwandelend naar het hotel liepen we eerst nog even naar de grote moskee via de dam tussen het eiland waar de oude stad op ligt en de vaste wal. De moskee is voor niet-moslims niet toegankelijk. Het is een indrukwekkend gebouw. Bij kooplieden in de berm naast de weg over de dam waren inheemse kruiden en planten te verkrijgen, zowel geneeskrachtige als eetbare. Aleija, onze "gids", leidde ons door de binnenstad via smalle straatjes met allerlei winkeltjes en werkplaatsen. Dat leverde enige prachtige halssnoeren op. Een heel jong bedelend meisje kreeg wat geld waarmee ze, naar Aleija zei, eten zou gaan kopen. Tijdens het eten 's avonds op het terrasje aan de haven werden we benaderd door iemand die aanbood ons naar ons hotel terug te varen in een pirogue. Hij wist blijkbaar in welk hotel we zaten. Moe van het gedrentel door de stad en verzadigd door een goed maal was het een genoegen om stil in het donker langs de nog steeds levendige waterkant naar onze slaapplaatsen te worden geroeid.



Timboektoe - Françoise
Waterdoos in elke 4x4 om 5.45u doen. Een koffiestop met 'gebak' in Douentza. Kameel rijders inventariseren. Briefing Timboektoe: Khadafi invloed en macht (asfalt sinds oktober 2008), songhai muziek en theeceremonie afspreken, eten bestellen en waar. Alert zijn voor leuke fotostops onderweg: de ezelcaravan met gierst, een put met kudde, vee bij een 'marigot (meertje). Paspoorten verzamelen voor stempel. Oriëntatie wandeling (caravanserail en verbouw Azalai door Libiër) na installatie in hotel.

Timboektoe - Eric en Han
In het hotel in Mopti moeten we zoals zo vaak deze reis de bagage splitsen. Inmiddels begin ik, die meestal veel te veel bij zich heeft, aardig bedreven daarin te raken. Grote bagage hoeft niet naar Timboektoe, alleen wat jij voor 2 dagen nodig hebt. Zoals dat zo gaat zijn wij traditioneel de laatste die in een "kat-kat" geduwd worden. Na dagen samen gereisd te hebben wordt het gezelschap nu verdeeld over 3 4WD. Onze chauffeur spreekt een mondje Frans.
De vaart zit er al gauw in. In het begin rijden we op de dijk tussen Mopti en Sevare door rijstvelden, maar allengs verandert het landschap. Zeker als we van de verharde weg afgaan de "piste" op. We doorkruisen de Sahel: een landschap met imposante vaak alleenstaande bomen, wat struikgewas en een ondergrond van verdroogde planten. Een tussenstop geeft ons tijd om van de schitterende rotsformatie te genieten en die vast te leggen voor het nageslacht.
Tegelijkertijd maken we gebruik van een sanitaire stop, mannen links, vrouwen rechts. Er schijnt een weg te zijn door dit gebied, maar vaak wordt daarvan afgeweken. Als dat weer eens gebeurt bedenk ik me dat ik hier hopeloos zou verdwalen. Het lijkt allemaal zo veel op elkaar. Een ding valt me echt op. Er zijn veel meer mensen dan ik had verwacht. In het begin zijn er nog wat dorpjes met lemen huisjes en soms een moskee of een sporadische kerk, later komen je mensen tegemoet op de fiets. Voor mijn gevoel is dat echt in de negorij, kilometers lang hebben we dan niks van bewoning gezien. Hoe mensen dat kunnen in de verzengende zon?

We hebben haast, we willen de pont naar Timboektoe op tijd halen. Het tempo wordt opgevoerd, wat betekent dat het hotsen en botsen in de auto ook toeneemt. De stofwolken van de auto's voor ons verblinden soms het zicht. Ergens in de verte aan de rechterhand moet een natuurreservaat zijn, waar olifanten zich ophouden. Wij zien ze niet. Langzamerhand komen wel meer de dromedarissen in zicht. Eerst nog zonder mensen, later worden ze bereden door Toearegs. Het landschap verandert vrij abrupt. We zien weer water en door dat water, de Nigerdelta, rijden we een paar kilometerlang over een niet zo brede dijk.
Aan het einde van de dijk stoppen we. Het blijkt de aanlegplaats te zijn voor de pont. Een auto, met gevaarlijke stoffen geladen, lekt vloeistof. De chauffeur wordt er op gewezen. Ja, hij weet het. Stilte. Veiligheid lijkt niet zo'n probleem te zijn. Na een flinke poos landden we weer op de oever. Auto's rijden voorzichtig van de pont af. Al gauw komen we op asfalt terecht. Iets wat er pas een paar maanden blijkt te liggen. Een cadeautje van Khadafi, zijn vrouw komt uit Timboektoe. Zou Beatrix ook wegen hebben laten aanleggen in Duitsland?

Het is heet, erg heet geworden die middag. We worden in het hotel gedropt. De airco gaat aan en er wordt een siësta gehouden. Als het al wat koeler is geworden gaan wij nog even op stap. We belanden op het kerkhof, waar ik niet zo veel van kan maken. Hoopjes stenen en een soort van stenen pijpen. Later komen we bij het monument de la Paix terecht. Twee mannen bidden daar, hun bidkleedjes op de grond uitgespreid. Even verderop zien we het kanaal, door Khadafi aangelegd, en terug, richting stad, wordt gevoetbald in het zand.

Die dag wordt er gegeten op een dakterras: een culinair hoogtepunt in ons Malinese avontuur. Oftewel hoe een Franse madame het beste uit eigen Timboektoese tuinen omtovert tot een delicieuze maaltijd.Dezelfde avond maken we een traditionele Songhai dans mee. In de tuin van een familie zitten een twintigtal mensen in het donker. De muziek gaat aan en dames en heren zingen en dansen, alleen met het bovenlijf want ze blijven zitten. Een hele aparte gewaarwording, zeker als je bedenkt dat het geheel maar schaars verlicht is. Pas als er geflitst wordt krijg je het heel even duidelijk in beeld. Achteraf zien we op de foto's hoe mooi het was. Voor de familie is het blijkbaar gesneden koek. De baby die achter op de rug zit van zijn moeder, die zit te dansen en te zingen, slaapt rustig door. Tussendoor wordt thee geschonken drie keer op de traditionele wijze: de eerste glas 'bitter als de dood', de tweede 'zacht als het leven, de derde 'zoet als de liefde'.

De volgende dag worden we 's ochtends vroeg door de straten van Timboektoe gegidst. Van de gouden daken waarvan vroeger gesproken werd zien wij niks meer terug. Wel de mooie leemarchitectuur, de moskee, de verfijnde ramen en luiken,de betekenisvolle deuren. We krijgen te horen hoe de eerste westerlingen hier geleefd hebben, wat ze gedaan hebben en hoe ze aan hun einde zijn gekomen. Dat waren nog eens tijden. Wij sloffen verder achter de gids aan! We nemen in kijkje in sommige ateliers. In eentje liggen de oude geschriften mooi gerangschikt, maar open en bloot. Kom daar maar eens in Nederland mee. Hier is veel verloren gegaan kan ik wel begrijpen. In Mali heb je andere prioriteiten dan in Nederland! De bron van oorsprong van Timboektoe bezoeken we. Daar waar de oase was. Nu is ze drooggevallen, maar er is een klein museum om gebouwd die je een indruk geeft van de geschiedenis van de woestijnstad. 's Middags doen we een poging om mannen in mooie boubou's (de lange gewaden) te spotten bij de moskee. Klein foutje, het is niet vrijdag, maar zaterdag, geen bijzonder gebedsdag. Een tiental mannen zien we verdwijnen in de moskee.

Na de siësta staat er een kamelentocht op het programma. Waarom je een dromedaris een kameel noemt is mij nog altijd niet duidelijk. Ik zie er wel wat tegenop:mijn ervaringen met rijdieren zijn niet positief. Dit valt echter 100 % mee. Op het opstaan en neerknielen van de dromedaris na is er niks spannends aan. Nee, het is lekker achterover leunen en je schommelt op weg, de Sahara in. Ik dacht altijd dat het enkel zand was. Het blijkt dat hier nog veel struiken en groen te zien is. De kamelen worden begeleid door stoere Toearegs, hun hoofd verhuld in hun tulband en hun lijf in de lange gewaden. In die gewaden kun je trouwens nog veel meer verbergen. Tijdens de tocht wordt driftig gehandeld. Dat weerhoudt mij er niet van om te genieten van het mooie landschap, de zandduinen, de schitterende ondergaande zon. s Avonds eten we een traditionele maaltijd: 'Toukassou'. Daar werd van tevoren wat negatief over gedaan, maar wij vonden het heerlijk. Het eten in Mali is sowieso veel beter dan ik mij voorgesteld had, gewoon goed.

De volgende dag verlaten we Timboektoe. Naar het vliegveld gaat het. Een paar maanden per jaar verzorgd een Zuid Afrikaanse vliegtuigmaatschappij vluchten tussen de verschillende Malinese steden. Dus geen Air Maybe zoals de Malinese vleigtuigmaatschappij werd genoemd.



Dogon Françoise
In Hotel in Bandiagara briefing over de Dogon tocht:
1 Wat moet je meenemen: kleine bagage, COMPACT, voor 2 nachten kamperen. Bagage gaat op het hoofd van dragers en per ossenkar. Vaak stop ik kleine tassen in een grote hoes.
2 Schema van de wandelingen - siësta- en alternatieven
3 Drankenlijst in elk campement ('sucreries' : frisdrank wordt betaald uit de pot tijdens het lopen zonder lijst).
4 Reclame voor de masseur in Ende (met kariteboter!) en de indigo vrouwencoöperatie.
Het was een drukke ochtend met een zieke die opgenomen moest worden. Twee liter water drinken pp per dag zeg ik altijd! Pas in het begin van de middag kwam ik bij de groep na een motorrit op de slechte piste van Bandiagara tot Dourou.



Dogontocht - Han en Erik
Na een heerlijke avond en nacht met onze opgewekte groep staan we dus de volgende ochtend redelijk op tijd op. Al snel blijkt dat een iemand uit de groep ziek is; ze heeft de gehele nacht diarree gehad met veel braken, dit gaat in de ochtend door . Toch wordt gepoogd haar in de bus te krijgen. Die ochtend staat er een bezoek aan een onderzoekscentrum op de planning, waarbij met name onderzocht wordt welke stoffen er in welke planten/mineralen zitten en welke medicinale werking deze hebben. Hierbij worden dus de traditionele medicijnen op een wetenschappelijk manier benaderd en verstrekt. Er is namelijk ook consultatie mogelijk; wat goed uit komt voor onze zieke. Doorverwijzing volgt echter, gelukkig is er een hospitaaltje in de buurt, waar ze opgenomen wordt om vocht toegediend te krijgen, vanwege dehydratatie. (nadien blijkt dat ze hierdoor binnen een uur redelijk opgeknapt is en dezelfde avond alweer terug is in het hotel, wat de rest van de groep die ochtend verlaten heeft).
Omdat onze groep door moet, besluit de reisleidster de laatste dingen ter plekke te regelen, terwijl wij met de bus doorgaan, de reisleidster volgt ons nadien, achter op een motor.

Wij reizen door naar een Dogon-dorp Dourou, vanwege de verloren tijd tgv het ziekenhuisbezoek slaan we het eerste dorp over. De meegereisde kokkin (voor de rest van de wandeltocht door de Dogon-vallei) bereidt de maaltijd, terwijl wij met de gids het dorp bezoeken. Opvallend zijn de karakteristieke graanschuurtje met hun vrolijke puntdaken. Elk ommuurd terreintje telt 1 of meerdere van dergelijke schuurtjes, zodoende kun je dus zien hoeveel vrouwen de man van dit terrein heeft (elke vrouw krijgt namelijk haar eigen schuurtje, waarin zij haar voorraad bewaard). De 'toguna' staat centraal in het dorp, opvallend is ook het gebouw met vakjes, waarin bepaalde relikwieën en offerandes bewaard worden, om zodoende ziekte of andere dingen af te weren. Ook hier weer de kinderen, die direct aan komen rennen en aan je hand het dorp door willen lopen.

Na het eten even siësta en door met de bus; onderweg zien we de rijstvelden, akkers met vakjes, waar water met de kalebas vanuit een centrale put (een gegraven put) wordt uitgestrooid. Dit alles met de hand dus. Intussen heeft de reisleidster Francoise zich weer bij ons gevoegd. Na een kortere rit wordt er uitgestapt en de tocht door de Dogon aangevangen. Een waterdrager volgt ons (met een doos met 12 anderhalf literflessen water op zijn hoofd). Tegen de avond komen we aan in Begnimalou, een Dogon-dorp tegenover een schitterende rots, waar een mooie zonsondergang (met biertje!!) wordt aanschouwd. Overnachten in tentjes op het plein tegenover het dorpskerkje. (Tip, neem een Dazzer mee, die verjaagt echt de blaffende honden, eindelijk rust zodat we kunnen pitten, al blijven de ezels en andere geluiden hoorbaar). De volgende ochtend hebben we een maskerdans, een schitterende spektakel om dat mee te mogen maken. In het vroege ochtendlicht komen daar de Dogon-dansers vanachter een rots te voorschijn, met hun karakteristieke maskers en dansers op lange stelten. Giga-geweldig indrukwekkend. Zeker één van de hoogtepunten van de reis.

Nadien trekken we verder, waarbij we een voormalig kerkhof passeren. Verder langs de falaise naar het volgende dorp, door de ontzettend mooie Yabatalou-kloof afgedaald naar het dal om uiteindelijk aan te komen in Endé . Voor degenen die de wandeling te zwaar werd, stond onderaan de kloof een ossenkar (deze keer met ossen) te wachten, zodat zij het laatste stuk niet hoefden te lopen). In Ende wederom het kamp opgeslagen, een  dorp waar bogolans gemaakt worden bezocht (en uiteraard een typisch mannengewaad gekocht: katoenen hemd met kenmerkend petje), hapje, drankje en een dans meegemaakt in het donker bij kampvuur, waar vooral de kinderen volop hun karakteristieke dans uitvoerden. Uiteraard even meegedanst, maar welk dier ik uitgebeeld heb.....

De volgende dag gaan we verder richting Teli, een deel van de groep gaat op de ossenkar. In Teli bezoeken we het hoger gelegen dorp, wat inmiddels verlaten is en krijgen we ook uitleg over het offerhuis, de lokale rechtbank, de bouwstijl en welke plek waartoe diende. Boven het dorp is de grote rotsspleet zichtbaar, waar de doden werden weggelegd voor de gieren (met daarboven weer de grote nesten van de Maliboe).
Na dit bezoek de laatste loodjes, na een uurtje staat er de bus te wachten voor vertrek naar het volgende hotel (met een douche waar je onder de open lucht staat te douchen. Wel lekker na 3 dagen geen douche gezien te hebben!



SEGOU - Françoise
Iets over de facultatieve excursies die ik voorstel in de ochtend. De bus is beschikbaar. Tip: om foto's te maken, in de buurt van de moskee zijn voor of na de dienst rond 13u en/of 13.35u. Discreet aub!
Na het intensieve groepsleven van deze afgelopen twaalf dagen, stel ik 2 facultatieve excursies voor: de eerste naar BAJIDALA, centrum voor hedendaagse kunst, en de tweede naar NDOMO, centrum voor traditionele textieltechnieken. Deze twee zijn goede synthese van de reis en staan (nog) niet in reisboeken, gelukkig! Zij zijn alle twee gebouwd in neo-soedanaise stijl. Onderweg rijden wij langs de koloniale gebouwen. Segou was 'de' stad van de Franse tijd. Hier zijn prachtige voorbeelden van de koloniale architectuur: de gebouwen van Office du Niger, de Residentie van de Gouverneur, het Stadhuis tonen hun art deco stijl in mooie tuinen. Wij kunnen een stukje lopen langs deze sporen van het verleden. 'Geen foto's maken langs de kazernen en vriendelijk knikken naar de militairen' was mijn advies om geen toestand te krijgen met deze mannen. Met vorige groep moest ik nog onderhandelen omdat een toerist de kazerne had gefotografeerd. Begroetingen in bambara en dan onderhandeling voor 'l'argent du tabac' en 'nee, meneer zij nemen geen foto's van de kazerne maar van de bomen, zij weten goed dat zij dat niet mogen...'
L'espace BAJIDALA (www.bajidala.com), een gebouw in Soedanese architectuur langs Djoliba, de Níger, is een oase van rust in een mooie tuin. Dit centrum ontvangt kunstenaren (Afrikanen en westerlingen) die hun creativiteit kunnen ontplooien. Het thema van de huidige tentoonstelling is 'Hoe kijken wij naar de fetishen, traditionele zoals de Bambara koe, maar ook de moderne fetish zoals de Nike sportschoenen of een Versace t-shirt. De bizarre voorwerpen in de verschillende zalen en in de tuin hebben een functie: status, machtsymbool, bescherming, droom en fantasiewereld. Deze tentoonstelling is confronterend: fetishen werden vroeger geassocieerd met het kwaad en de magie door de eerste blanken die in Afrika kwamen. De Malinezen zelf, bekeerd tot de Islam, namen afstand van hun eigen fetishen maar kunnen de heilige kant van hun fetishen niet vergeten. Wij, westerse bezoekers worden op de proef gesteld: merkkleding, hebbedingen en gadgets hangen hier ook. Wie gebruikt fetishen eigenlijk en waarom? Esthetiek en schoonheid van de lokale materialen, hebben een sterke uitstraling en krijgen hier een buitengewone dimensie. Deze surrealistische entourage dwingt ons tot stilte en verbazing.
NDOMO is een werkplaats voor bogolan en andere geverfde stoffen met natuurlijke producten: planten of klei. Het is ook een creatief centrum die de traditionele textieltechnieken wil bewaren en de productie wil oriënteren op de markt. De symboliek van de tekeningen wordt hier uitgelegd. Bijvoorbeeld, twee kringen vertegenwoordigen 'de grande famille' en open staan voor anderen. Vervolgens mag iedereen zijn eigen creatieve lapje maken. Wij kennen nu de geheimen van 'basilanfini' (bladeren en/of schors van bomen, wold druif o.a.), 'bogolanfini' (klei), en 'galafini' (indigoplant) . Wat wij in het Dogon dorp Ende hebben zien hangen, krijgt nu zijn betekenis. De 'artistes' van NDOMO combineren soms basin en bogolan voor tafellopers, kussenslopen, enz... Wie nog een typisch cadeautje uit Mali wil kopen krijgt hier een kans. Alles is hier van super kwaliteit en het is mooi!

Tout passé
Mali kenden we uit de boeken van Maryse Conde, meeslepende verhalen uit een andere wereld. Ook Lieve Joris en Kira Salak maakten ons nieuwsgierig. Kira maakt de reis van Oud Segou naar Timboektoe met haar rode kajak. Ze peddelt de 1000 km helemaal alleen over de Niger en bereikt haar doel! Zij beschrijft haar zware tocht en de ontmoetingen met de bewoners, tenslotte koopt ze twee slavinnen vrij. Dit land met al die verschillende groepen, de Bozo, de Peul, de Bambara, Touareg en nog zovele andere, wilden we bezoeken. Wilden we leren kennen! En dat is gelukt.

terugbutton

 

 

nixel